Reis door spreekwoordelijk lichaam #4 de keel

Aangekomen bij de keel of hals. Het hangt mij de keel uit! Of: Een brok in de keel hebben. Iets wegslikken of het grijpt mij bij de keel. Een aantal gezegdes/ uitdrukking over de keel.

De keel of de hals is voor mijn gevoel de verbinding tussen hoofd en lijf.
Het voedsel en drinken dat je tot je neemt gaat via deze weg naar je lichaam. We slikken op die manier veel weg. Letterlijk maar ook figuurlijk. In je leven krijg je zowel privé als op je werk kritiek te verstouwen. Kritiek kan zowel opbouwend als negatief zijn. Opbouwende kritiek helpt ons verder groeien. Maar negatieve kritiek is vaak lastiger te verteren. Misschien herinner je zelf momenten waarbij je even moest slikken omdat iemand wat tegen je zei wat je niet leuk vond om te horen. Maar ook verdriet om iets of iemand slikken we vaak weg. Je kunt ook ergens een brok van in je keel krijgen bijvoorbeeld. Vaak slikken we dit gevoel weg en houden we het voor onszelf in plaats van het gevoel in contact naar buiten te brengen. Naar mijn mening is het wegslikken van emoties niet de meest handige manier. De emoties stapelen zich namelijk op in je lijf. Vaak hebben we als kinderen geleerd om boosheid of verdriet niet te uiten. Misschien herken je onderstaande zinnen wel:
– “Daar hoef je toch niet verdrietig om te zijn?”
– “Hou eens op met huilen!”
– “Hier een snoepje, dan is het weer over”
– “Ik wil niet dat je boos wordt”
– “Als je zo boos doet, luister ik niet naar je!”

Het niet mogen uiten van deze emoties, leert ons dat we het binnenhouden oftewel inslikken. Emoties vinden we vaak ingewikkeld. We weten er niet zo goed raad mee.
We willen niet dat kinderen (of volwassenen) pijn hebben, verdrietig of boos zijn. Plakken er het liefst een pleister op, sussen of leiden ze af van de pijn. Juist dan blijft die energie in het lijf en gaat het z’n eigen weg. Het kunnen dan opgekropte emoties worden. Snel geïrriteerd zijn, prikkelbaar, moe of een onrustig gevoel zijn gevoelens die opgekropte woede of verdriet kunnen verklaren. Op een gegeven moment kun je daar spuugzat van zijn of zelfs lichamelijke klachten van krijgen. Een mooie manier om er anders mee om te gaan is om bijvoorbeeld bij een kind dat is gevallen en huilt te zeggen; ‘Och, ik zie dat je je pijn hebt gedaan, voel maar even, dat doet ook hartstikke zeer.’ Vaak wordt het snikken eerst wat erger. Het kind voelt zich gezien en gehoord en dus serieus genomen. De pijn mag er zijn, het verdriet ook en verdwijnt daardoor sneller. Het wordt namelijk niet vastgezet in het lijf.

In mijn praktijk komt dit vaak aan de orde. Iets hangt de keel uit of er is iets dat je bij de keel grijpt. Verdriet of boosheid dat zich bijvoorbeeld al jaren geleden heeft vastgezet in het lijf (vaak ook onbewust), kan in mijn praktijk alsnog geuit worden. Bijvoorbeeld als iemand een dierbaar persoon heeft verloren en daar veel verdriet over voelt maar dit niet kon uiten. Of iemand die een conflict heeft gehad, zich er boos en gefrustreerd over voelt maar er niet over durft te praten. Zodra de ingeslikte emoties zoals bijvoorbeeld verdriet of boosheid alsnog geuit, gezien en erkend worden, verandert er werkelijk iets in het lijf.
Er wordt namelijk geen pleister opgeplakt en we praten er niet alleen over, maar het mag worden open gelegd en gevoeld, zodat er lucht en licht bij kan komen waardoor de ‘wond’ van binnenuit kan helen.
Het is hartverwarmend om te zien wat voor een verschil dit kan maken bij iemand.
Het levert namelijk een gevoel van opluchting, verlichting en rust op.
En daar krijg ik dan weer een brok in mijn keel van…van ontroering.

We reizen verder naar de schouders

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *